annevegter.jpg

"Hi Anne wat ongelooflijk goed gedaan!
Geweldig Anne nog nooit eerder is de tekst zo goed begrepen, zo schitterend vervolmaakt en verruimt in een sound-omgeving. Dank je wel!!"      

Het prachtig heftig beklemmende gedicht 'De overkant' van Anne Vegter, en haar rake stem ontroerden mij zeer, nodigden mij uit om een beeldende vertaling te maken in muziek. Een film als het ware.                                 Aan het spoken word heb ik het ambient klanklandschap van Roland Kuit in combinatie met mijn vervreemdende, distorte harpklanken toegevoegd, om zo tot de kern van het gedicht te komen, de betekenis te vergroten, en nog meer indruk te maken. AV

GELUKSZOEKERS,  ZO WORDEN WE GENOEMD

sound experience / installation: headphones/audio/text


 

Het begon met grote ontploffingen bij bezinestations in het hele land.

Er werd aan een gecoördineerde actie gedacht.

De grenzen in het noorden, oosten en zuiden werden gesloten.

Verbindingswegen in het oosten en zuiden zijn geblokkeerd.

In Utrecht brak een grote brand uit.

In het hart van de stad is een gat met een doorsnee van duizend meter geslagen.

De wind steekt woedend op, van de aarde recht naar boven.

Gevels breken, de daken reiken scheef over de straten.
Absoluut geen woorden voor.

Kolommen stof tollen rond tussen de huizen.

De mensen bewegen zich tastend, blind tot buiten de stad.

In de grachten drijven lijken.

Er zwemmen honden, die vreten ze gewoon.

Hier weet niemand iets, we kunnen niet eens bellen.

Kinderen hebben gezien hoe hun ouders verpletterd werden.

Er liggen mensen onder puin met wonden die niemand verbindt.

Bij de grensovergangen in Groningen en Drente staan kilometerslange rijen tot in de provincie, kinderen, tassen, alles gestapeld in en op auto’s.

Iedereen wil erdoor, iedereen wordt tegengehouden.

In het hele land zouden brandhaarden zijn, wie ze aanwakkerde wordt niet gezegd.

Niemand gelooft in toeval.

Boven Overijssel hangen gaswolken.

Ademen is stikken.

Protocol zegt dat de inwoners van Zwolle ramen en deuren gesloten moeten houden.

Welke deuren, welke ramen, welke inwoners.

De mensen willen naar de Waddeneilanden.

Daar zou lucht zijn.

Anderhalf miljoen mensen rennen in dichte drommen.

Mensen vertrappen elkaar om de veerboten vandaag nog te bereiken.

Maar de wegen bestaan niet meer.

Het zijn brede scheuren, greppels vol brokken steen.

De eilanden zijn onbereikbaar, de veerboten varen niet uit.

Alle netwerken zijn uitgevallen.

Staat er nog een ziekenhuis overeind?

Er is een run geweest op de banken.

Wie met grof geld zwaait kan vervoer naar het westen krijgen, naar de kustplaatsen.

Alles en iedereen is in beweging.

De Veluwe staat in brand.

Aggregaten hebben het begeven.

Iedereen rent.

Tussen Delft en Leiden is een groep kinderen op drift.

Het is onveilig voor meisjes.

In de nacht worden ze uit de rijen geplukt.

Er komt geen drinkwater meer uit de kranen, provincie na provincie komt droog te staan.

De noodreservoirs in de duinen zijn gebroken.

Brabanders zouden massaal naar de Rotterdamse havens zijn getrokken,

Op de Maasvlakte doen zich verschrikkelijke taferelen voor.

De geruchtenstroom houdt aan.

Het Rijksmuseum is grotendeels ingestort.

Hoeveel overlevenden er zijn weet niemand.

Uit alle provincies zouden mensen naar de kusten trekken.

Er zeulen nog steeds mensen met hun spullen.

Het schijnt dat de Zeeuwse eilanden geïsoleerd zijn geraakt, delen van dijken zijn weggeslagen.

De eilanden drijven in westelijke richting.

Niemand kan de krachten beheersen.

Er is een onbekende troepenmacht door de oostgrens gebroken.

Het schijnt dat de regels veranderd zijn, maar van welk spel in godsnaam.

Waar is de overheid?

Er zouden tientallen boten klaarliggen om Nederlanders naar de overkant te brengen.

We zijn met duizenden.

Onze boten bezwijken bijna onder het gewicht van de mensen.

Er glijden lichamen over de randen van de boten.

Er keren boten terug.

Met levenden en doden.

Waar is de overkant?

Er is geen overkant.

We drijven verder.

We spoelen over de hele wereld aan.

Niemand zit op vluchtelingen te wachten.

Gelukszoekers.

Zo worden we genoemd.